Huis ”De Olifant” achter de Nieuwe Muur
Voorstraat 114 / noordhoek Dwarssteeg
Iedere Kampenaar en ook velen buiten de stad kennen sigarenfabriek ”De Olifant” aan de Voorstraat 108/110 in Kampen. Bijna niemand weet dat op korte afstand van de sigarenfabriek eeuwenlang huis ”De Olifant” stond. Dit verhaal beschrijft de geschiedenis van huis ”De Olifant” achter de Nieuwe Muur, zoals de Voorstraat tot 1897 genoemd werd.
De naam van huis ”De Olifant” kent vele schrijfwijzen, die we uit de verschillende akten overnemen.
1567, huis De Olyfant
Op 11 juni 1567 wisselde huis ”De Olyfant” achter de Nieuwe Muur van eigenaar. Het huis staat achter Oudestraat 109 en op de noordhoek met (nu) de Dwarssteeg. Berent Rutgers Vogelsanck en zijn vrouw Trude Cremers waren eigenaar van Oudestraat 109, waarvan het erf doorliep tot aan de stadsmuur langs de Ijssel. Beiden waren Kampenaar van geboorte. Zij verkochten in 1567 huis ”De Olyfant” op het achtererf van Oudestraat 109. Zelf woonden Berent en Trude in huis annex herberg ”Het Wapen van Campen” aan de Warmoesstraat (nu nr 10) in Amsterdam.
1584, huis De Olyfandt
Gerrit van Munster en zijn vrouw Janneken waren in 1567 de kopers van huis ”De Oliphant”. Gerrit komt regelmatig in archiefakten voor. Hij leende dan kleine bedragen uit aan derden voor de aankoop van een vet varken of een koe. In 1584 is Gerrit van Munster hertrouwd met Heijle. Samen verkopen zij op 15 mei 1584 huis ”De Olyfandt” achter de Nieuwe Muur aan bakker Arent Arentsen en zijn vrouw Geertgen.
1586, huis De Olyfant
Arent Arentsen en Geertgen verkopen huis ”De Olyfant” weer op 12 december 1586. Dit keer zijn Wijcher Berentsz en zijn vrouw Nele de kopers. Over hen valt niets te vinden en het blijft nu lang stil rond huis ”De Olyfant”.
Pas in juni 1659 duikt het huis weer in archiefakten op. De hoofdlieden (= wijkmeesters) van het Broederespel (= wijk tussen Morrensteeg en Houtzagersteeg) verkopen dan een huis met mouterij achter de Nieuwe Muur en op de hoek van een steeg. Meestal werden de hoofdlieden aangesteld als wettelijke voogden over de vastgoed bezittingen van ”kwetsbare” inwoners. Dat er een mouterij bij het huis hoort is opvallend. In een mouterij wordt graan, meestal gerst, in water tot ontkiemen gebracht. Daarna worden de graankorrels gedroogd (mout) en daarna gebruikt bij de bereiding van bier. Bakker Arent Arentsen, die ”De Olyfant” in 1584 kocht, was bekend met het verwerken van granen. Bovendien was vanaf 1561 sprake van een brouwerij in Oudestraat 107, het opvallende, grote pand met rococogevel uit 1764 op de zuidhoek van de Oudestraat en de Dwarssteeg.
1659, De Oliphant
Dieter Arentsz Schuermeijer en zijn vrouw Aaltje Willems kochten op 13 juni 1659 huis ”De Oliphant”, doorlopende tot achter aan de stal van brouwer Peter Hendricksz Moock in Oudestraat 107. Dieter en Aaltje waren in 1653 in Kampen getrouwd. De naam van Dieter duidt op een Duitse afkomst, maar Dieter zelf kwam uit Rhenen. In 1659 hadden Dieter en Aaltje zeker 2 kinderen. Vrij kort na de geboorte van een vierde kind in 1664 overleden Aaltje en haar pasgeboren zoontje. In 1665 werden over de drie minderjarige kinderen, Arent, Hendrikje en Willem, voogden aangesteld. Voogden waren meestal familieleden van beide ouders.
In september 1665 was Dieter hertrouwd. Er werden nog vier kinderen geboren, waarvan alleen de jongste, dochter Arendje, overleefde. In 1685 overleed Dieter Arentsz Schuermeijer. Halfbroer Willem en zwager Reinder Reuse, getrouwd met halfzus Hendrikje, werden de voogden over Arendje (geboren 1671).
Op 28 maart 1678 werd het huis naast ”De Olijphant” verkocht aan schipper Engbert Eckelboom. Het huis op (nu) Voorstraat 116-2 heette toen “”De drie Klaverbladen”, waarvan de gevelsteen uit 1675 nog bewaard is gebleven. Nu prijkt in de gevel van Voorstraat 116 een gevelsteen met een eikenboom. De oorspronkelijke gevelsteen met de drie klaverbladen kwam later terecht in Oudestraat 111, huis ”In de gulden Klaver”.

1698, De Olijphant
In september 1698 leende Arendje Schuermeijer f 600 van halfzus Hendrikje en haar man Reinder Reuse. Onderpand voor de lening was haar woonhuis, genaamd ”De Olijphant” achter de Nieuwe Muur en naast Engbert Eckelboom.
1699, een huis achter de Nieuwe Muur
In maart 1699 overleed Hendrickje Schuermeijer, zij was pas 43 jaar oud. Hendrickje was in 1678 getrouwd met Reinder Reuse en had sindsdien 10 kinderen gebaard. Bij het benoemen van voogden over de drie overlevende kinderen, zoons Herman, Willem en Jan, werd het onroerend goed van Reinder Reuse opgesomd. Reinder was eigenaar van huizen in De Graafschap (zijn woonhuis), aan de Heiligensteeg (nu Bregittenstraat), achter de Nieuwe Muur, in de Venestraat en in Brunnepe; eigenaar van een erf in Kamperveen en erf Groot Oever. Vooral het huis Achter de Nieuwe Muur trekt de aandacht. Zou schoonzus Arendje Schuermeijer overleden zijn?
Op 3 juli 1700 was Reinder Reuse hertrouwd met Catharina van Berkum. In 1707 leende het echtpaar geld aan de buren in de Voorstraat: Wolter van Marle en Kunneghien Eckelboom. Kunneghien (geboren 1675) was de jongste van vijf kinderen uit drie huwelijken van buurman Engbert Eckelboom. Waarschijnlijk was zij het enige kind dat de volwassen leeftijd bereikte. Haar man Wolter van Marle was beheerde van ‘s Landsmagazijn in Kampen, een onderdeel van de Admiraliteit van het Noorderkwartier.
1731, Den Olyphant
Reinder Reuse overleed op 4 april 1720. Zoon Jan (de oude ) de Reuse had in 1731 problemen met de huurder van huis ”Den Olyphant” achter de Nieuwe Muur. Deze huurder was een soldaat die zonder betaling van de huishuur was vertrokken, maar wel goederen in de woning had achtergelaten. Deze goederen werden nu verkocht om de achterstallige huur te betalen.
1741, De Oliphant
In 1741 treffen we Catharina Reuse aan als eigenaar en bewoner van huis ”De Oliphant” achter de Nieuwe Muur. Zij was het enige kind van Willem Reuse, een broer van Jan (de oude). Nicht Catharina de Reuse overleed in 1743.
1743, De Olijfant
Huis ”De Olijfant” kwam nu in handen van Jan de jonge de Reuse, een zoon van Jan de oude de Reuse.
Jan de jonge en zijn vrouw Willemina Meijerinks leenden eind december 1747 twee keer een geldbedrag met als onderpand hun huis ”De Olijfant” achter de Nieuwe Muur.
Weer wordt het langere tijd stil rond huis ”De Olijfant”. Ruim twintig jaar later duikt het pand weer op.
1766, De Olijphant
In 1766 leenden Arend Gerrits en zijn vrouw Reintje Jans f 600 carolisguldens met als onderpand hun huis genaamd ”De Olijphant” achter de Nieuwe Muur. Daarna verdwijnt de naam van het huis uit de archieven.
1789, Olifantsteeg
Nog één keer echoot de naam van huis”De Olifant” na, wanneer er sprake is van een huis en grutterij met achterhuis achter de Nieuwe Muur op de zuidhoek van de Olifantsteeg, nu Voorstraat 112.
