Kampen kiest voor nieuwe aanpak van schuldhulpverlening
Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland moet vanaf 2027 zorgen voor meer persoonlijke ondersteuning van inwoners met geldzorgen.
De gemeente Kampen wil de schuldhulpverlening vanaf 1 januari 2027 onderbrengen bij Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF). Daarmee stopt de samenwerking met de gemeente Deventer, die de schuldhulpverlening uitvoerde via het Budget Adviesbureau Deventer (BAD). Die samenwerking verliep de afgelopen jaren niet zoals de gemeente had gehoopt.
De gemeente kiest nu voor een andere aanpak. Kampen houdt zelf meer regie en gaat nauw samenwerken met Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland. Zo wil de gemeente inwoners met geldzorgen sneller en beter kunnen helpen.
Meer aandacht voor de inwoner
Volgens het college moet de hulp persoonlijker worden. Inwoners moeten niet alleen sneller geholpen worden, maar ook een vast aanspreekpunt hebben. Er wordt niet alleen gekeken naar de schulden zelf, maar ook naar andere problemen die een rol kunnen spelen. De bedoeling is dat hulpverleners dichter bij de inwoners staan en samen met hen zoeken naar een oplossing die past bij hun situatie.
Eerst twee jaar
De samenwerking met Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland wordt in eerste instantie voor twee jaar aangegaan. In die periode wil de gemeente bekijken of deze manier van werken inderdaad leidt tot betere hulp voor inwoners. Daarna wordt besloten hoe de schuldhulpverlening er in de toekomst uit gaat zien.
Voor de uitvoering is in 2027 ongeveer € 625.000 beschikbaar. In 2028 is dat ongeveer € 575.000. Volgens het college kan dit betaald worden uit de bestaande budgetten.
Voordat de samenwerking definitief wordt, maakt de gemeente haar plannen openbaar. Organisaties die vinden dat zij deze taak ook kunnen uitvoeren, krijgen daarna acht weken de tijd om zich te melden.
Tijdens de commissiebehandeling van dit onderwerp zal naar verwachting ook worden gesproken over de vraag hoe de gemeente gaat meten of de nieuwe aanpak daadwerkelijk beter werkt dan de vorige. Daarbij gaat het niet alleen om cijfers, zoals wachttijden en het aantal inwoners dat wordt geholpen, maar ook om de ervaringen van inwoners zelf. De raad zal de uitvoering de komende twee jaar goed willen volgen om te beoordelen of de nieuwe werkwijze inderdaad leidt tot betere en meer persoonlijke schuldhulpverlening.
-GD-
