Gezichten van Kampen – Annelies Strikkers
Kampen is meer dan stenen, straten en monumenten – Kampen is vooral van de mensen.
In deze rubriek geven we bekende én minder bekende Kampenaren een podium. Aan de hand van een aantal vaste vragen leren we hen beter kennen en ontdekken we hoe zij kijken naar de stad waarin ze wonen, werken en leven. Deze keer leggen we de vragen voor aan Annelies Strikkers
• Waar moeten mensen jou van kennen en wat moeten we écht over jou weten?
De meeste Kampenaren kennen mij van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, waar ik als lijsttrekker voor Forum voor Democratie meedeed. We haalden een historisch resultaat: vier zetels, de hoogste nieuwe binnenkomer ooit in de Kamper gemeenteraad.
Anderen kennen mij van mijn kritiek op het coronabeleid. Tijdens die periode heb ik via X een grote groep bereikt met mijn “persconferentievragen” en mijn onderbouwde kritiek op maatregelen die vaak meer schade aanrichtten dan ze oplosten.
Wat mensen écht over mij moeten weten: ik ben nuchter, inhoudelijk, en ik laat me niet meeslepen door Haagse hypes of groepsdruk. Als iets krom is, zeg ik dat gewoon.
• Hoe lang woon je al in Kampen en in welke wijk?
Ik woon eigenlijk mijn hele leven al in Kampen, op één jaar na, toen woonde ik in Utrecht voor mijn studie. Nu woon ik in de mooiste wijk van Kampen: Oud‑Zuid. Een wijk met historie, karakter en buren die nog gewoon “hoi” zeggen.
• Wat maakt volgens jou een Kampenaar leuk, en wat maakt een Kampenaar minder leuk?
Een Kampenaar is leuk omdat hij nuchter, direct en loyaal is. Je weet waar je aan toe bent.
Minder leuk: Kampenaren kunnen soms een beetje afwachtend zijn en ze houden van roddel. Dat vind ik jammer. Maar als ze je eenmaal kennen, zit het goed.
• Is Kampen volgens jou een open stad voor nieuwkomers? Waarom wel of niet?
Dat ligt eraan wie je “nieuwkomers” noemt. Nieuwe inwoners moeten soms even door een laagje heen prikken. Kampenaren omarmen je niet meteen, maar áls het gebeurt, dan is het oprecht.
In de gemeentepolitiek ligt dat anders. Daar zijn ze nogal voorzichtig met nieuwkomers. FVD wordt niet meteen omarmd, terwijl we een grote groep kiezers vertegenwoordigen. De Raad houdt het liever bij het oude. Dat vind ik jammer, democratie werkt alleen als je ook nieuwe geluiden serieus neemt.
• Wat is er leuk aan de stad Kampen?
De historische binnenstad, de IJssel, het buitengebied, en het stadspark. Kampen heeft een ziel, maar die ziel moet je wél beschermen.
En dat is precies waar het misgaat: landelijke maatregelen zoals de stikstofregels, de klimaatdoelen, en het van‑het‑gas‑af‑beleid drukken zwaar op onze boeren, ondernemers en inwoners. Als je niet oppast, poets je de ziel van Kampen weg onder een laag beleidsdocumenten.
• Wat is er minder leuk aan de stad Kampen?
Dat ik zie dat sommige wijken verpauperen. Het groen wordt slecht bijgehouden, maar ondertussen gaan er wél miljoenen naar het “klimaatbestendig maken” van het gemeentehuis. Dat voelt voor veel Kampenaren gewoon krom.
En sommige dossiers blijven eindeloos liggen. De verkeerssituatie rond de Europa-Allee is daar een mooi voorbeeld van: iedereen weet dat het niet werkt, maar niemand durft een knoop door te hakken.
• Wat is jouw favoriete plek in Kampen en waarom?
Het stadspark, in alle seizoenen. Overdag heerlijk om met mijn gezin doorheen te wandelen of even te zitten. ’s Nachts wil je er helaas niet komen.
• Als jij één ding mocht veranderen aan Kampen, wat zou dat zijn?
Minder praten, meer doen. En dan vooral:
* Lokale ondernemers ondersteunen,
* Luisteren naar wat inwoners écht willen,
* Het parkeerprobleem aanpakken,
* Stoppen met de groene gekte,
* En de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen onmiddellijk afschaffen. Kampen moet weer van de Kampenaren worden.
• Hoe zie jij Kampen over tien jaar?
Als we zo doorgaan, wordt Kampen een slaapstadje: meer inwoners, maar steeds minder te doen. Landelijke wetgeving wordt klakkeloos overgenomen; van het gas af, stikstofregels, klimaatplannen, automobilisten pesten, zonder te kijken wat het met onze stad doet.
Als dat zo doorgaat, verarmt Kampen en verpaupert het verder.
Maar het kan ook anders. Over tien jaar zou ik graag zien dat Kampen lef heeft getoond. Dat we niet bang waren om op te komen voor onze eigen inwoners. Dat we keuzes hebben gemaakt die passen bij Kampen, niet bij Den Haag of Brussel.
Een Kampen dat zichzelf blijft, maar wél durft te zeggen: “Tot hier en niet verder.”
• Tot slot: welke Kampenaar zou jij graag in deze rubriek terugzien?
Iemand uit het buitengebied, een agrariër, een ondernemer, iemand die de ruggengraat van onze regio vertegenwoordigt. Die verhalen worden te weinig verteld.
Iedere Kampenaar heeft zijn of haar eigen verhaal – en juist die verhalen maken onze stad zo bijzonder. Ken jij iemand die ook een plek verdient in deze rubriek? Laat het ons weten en stuur je reactie naar redactie@kampenlive.nl
